Oldtimers in de bergen

Hoe doen we het?

Een kronkelende bergpas, haarspeldbochten, een machtig uitzicht en het geluid van een klassieke motor dat tegen de bergwand weerkaatst. Veel mooier wordt autorijden niet. Voor een oldtimer vormen de bergen tegelijk een bijzondere uitdaging. Lange beklimmingen vragen veel van motor en koeling, afdalingen stellen de remmen zwaar op de proef en op grotere hoogte kan een klassieke motor zich plots anders gedragen dan je gewend bent.

Reden om de bergen te vermijden? Integendeel. Met een technisch gezonde wagen en de juiste rijstijl zijn bergwegen juist een van de mooiste plekken om van een oldtimer te genieten.

Maar er zijn een paar dingen die je moet weten.

Voor je begint: laat de auto rustig op temperatuur komen. Vanuit het hotel meteen vol goede moed een bergpas aanvallen is geen goed idee. Geef motor, versnellingsbak en olie eerst de kans om rustig op bedrijfstemperatuur te komen. Zeker bij een klassieke motor zijn koude olie en hoge toerentallen geen ideale combinatie. Rustig rijden totdat de motor volledig op temperatuur is, is sowieso een goede gewoonte bij een oldtimer.

Hetzelfde geldt eigenlijk aan het einde van een stevige beklimming. Geef de auto even tijd om tot rust te komen voordat je de motor onmiddellijk stillegt. Een paar minuten ontspannen rijden na het zwaarste klimwerk helpt de temperatuur weer te stabiliseren.

Hou vooral de temperatuur in het oog.

Een lange bergop is een van de zwaarste omstandigheden voor het koelsysteem van een klassieke auto. De motor levert gedurende lange tijd veel vermogen, terwijl de rijsnelheid soms relatief laag ligt. Hij produceert dus veel warmte en krijgt tegelijkertijd minder rijwind dan tijdens een snelle rit op een vlakke weg. Daarom is het verstandig de temperatuurmeter tijdens een beklimming wat vaker in de gaten te houden. Loopt de temperatuur langzaam verder op dan normaal? Negeer dat signaal niet. Zet indien nodig het tempo wat lager en verminder de belasting. Blijft de temperatuur oplopen, zoek dan een veilige plek om te stoppen.
Bij veel klassiekers kan ook de interieurverwarming volledig openzetten tijdelijk helpen om extra warmte uit het koelcircuit af te voeren. Comfortabel is anders wanneer het buiten dertig graden is, maar het kan de motor net dat beetje extra koeling geven.
Belangrijk: draai nooit zomaar de dop van een heet koelsysteem open. Een systeem dat onder druk staat kan hete koelvloeistof uitstoten en ernstige brandwonden veroorzaken.

Bergaf: hier begint het echte werk.

Boven op de berg lijkt het zware werk voorbij. Voor de motor misschien. Voor de remmen begint het nu pas. Een lange afdaling waarbij je voortdurend licht op het rempedaal blijft staan, kan de remmen zeer heet maken. Naarmate de temperatuur stijgt, kan de remwerking verminderen. Dat fenomeen kennen we als brake fade. Bij oudere remsystemen kan dat veel sneller optreden dan bij een moderne auto.
Daarom is de belangrijkste regel bij afdalen: gebruik de motor om de snelheid onder controle te houden.

Schakel naar een lagere versnelling en laat de compressie van de motor mee afremmen. Zowel wegenwachtdiensten als technische adviezen rond remmen raden motorrem aan op lange afdalingen om oververhitting van de remmen te beperken. Een goede vuistregel is om bergaf ongeveer dezelfde versnelling te gebruiken die je bergop voor een vergelijkbare helling nodig zou hebben.

Een haarspeldbocht begint vóór de bocht

Bergpassen rijden draait vooral om anticiperen. Rem vóór de bocht, kies vervolgens de juiste versnelling en stuur daarna rustig in. Probeer te vermijden dat je midden in een scherpe haarspeldbocht nog hard moet remmen of schakelen. Zeker met een oudere auto, zonder ABS, tractiecontrole of andere elektronische hulpmiddelen, wil je de wagen zo veel mogelijk in balans houden.

Een eenvoudige regel werkt bijna altijd:

remmen – schakelen – insturen – rustig accelereren.

Niet allemaal tegelijk. Dat rijdt niet alleen mooier, het is ook aangenamer voor de techniek en voor je passagier.

Ga nooit in neutraal naar beneden

Een oldtimer in neutraal de berg laten afrollen lijkt misschien een manier om brandstof te besparen, maar je geeft daarmee een van je belangrijkste hulpmiddelen uit handen: de motorrem.

Je bent vervolgens volledig afhankelijk van de wielremmen.

Hou dus altijd een versnelling ingeschakeld.

Dat geeft niet alleen meer controle, maar zorgt er ook voor dat je onmiddellijk vermogen beschikbaar hebt wanneer je dat nodig hebt.

Niet voortdurend op de rem

Wanneer extra vertraging nodig is, rem dan duidelijk en gecontroleerd en laat het rempedaal daarna weer los. Wat je wilt vermijden is kilometerslang met een klein beetje remdruk afdalen. Door continu te slepen blijven de remblokken of remschoenen tegen schijf of trommel aanlopen en krijgen ze nauwelijks gelegenheid om warmte kwijt te raken. Even krachtiger afremmen tot een veilige snelheid en daarna de remmen weer volledig lossen is doorgaans veel beter. Ruik je tijdens een afdaling een sterke remgeur of merk je dat het rempedaal anders begint aan te voelen? Stop dan op een veilige plaats en laat de remmen afkoelen. Een sponsachtig pedaal of duidelijk verminderde remwerking is het signaal om onmiddellijk te stoppen en NIET “nog even tot beneden” door te rijden.

Respecteer de koppeling

Haarspeldbochten, steile hellingen en langzaam verkeer kunnen ook de koppeling stevig belasten. Probeer daarom niet langdurig snelheid te regelen door de koppeling half ingedrukt te houden. Zeker bij een steile helling kan dat veel warmte genereren en de koppelingsplaat snel doen slijten. Moet je op een helling stoppen? Gebruik dan de handrem om de auto op zijn plaats te houden in plaats van de wagen minutenlang met de koppeling “vast te houden”. Wanneer je opnieuw vertrekt: liever één duidelijke, gecontroleerde beweging dan lang met een slippende koppeling proberen weg te komen.

Laat ruimte

Misschien wel de eenvoudigste tip van allemaal: hou afstand. Een oldtimer remt meestal anders dan een moderne auto. Op een bergweg heb je bovendien te maken met scherpe bochten, fietsers, motorfietsen, tegemoetkomend verkeer en soms onverwachts een bus of camper die een groot deel van de rijbaan nodig heeft. Door voldoende ruimte te laten kun je je eigen tempo bepalen. Dat is belangrijk. Wie vlak achter een moderne auto naar beneden rijdt, neemt automatisch het remritme van die bestuurder over. Alleen beschikt die moderne wagen mogelijk over enorme geventileerde schijfremmen, ABS en allerlei elektronische hulpsystemen. Jouw klassieker speelt een ander spel.

Wat gebeurt er op grotere hoogte?

Wie echt hoge Alpenpassen rijdt, merkt mogelijk nog iets anders: de motor lijkt minder kracht te hebben. Dat is normaal. Hoe hoger je rijdt, hoe lager de luchtdichtheid. Er komt daardoor minder zuurstof in de cilinders en een atmosferische motor kan minder vermogen ontwikkelen. Vooral bij een motor met carburateurs kan het effect merkbaar zijn. Een carburateur compenseert hoogteverschillen niet automatisch zoals een modern motormanagementsysteem dat kan. Daardoor kan het mengsel op grote hoogte relatief rijk worden. Het gevolg kan zijn dat de motor wat minder scherp reageert of minder mooi loopt. Voor een toeristische rit waarbij je een hoge pas oversteekt, is dat meestal geen reden om meteen de carburateurs opnieuw af te stellen. Zodra je opnieuw afdaalt, veranderen de omstandigheden immers weer. Dit fenomeen doet zich meestal ook pas voor op hoogtes boven de 2000 m. Hou er dus eenvoudig rekening mee dat je boven op de berg misschien niet alle paarden ter beschikking hebt die thuis in de garage aanwezig waren.

Kijk ver vooruit

Een goede bergchauffeur kijkt niet alleen naar de auto voor zich, maar zo ver mogelijk door de bocht en over de weg. Zie je drie haarspeldbochten lager een vrachtwagen aankomen? Dan weet je dat je hem straks misschien tegenkomt. Zie je verkeer boven je plots sterk vertragen? Dan weet je dat er iets aan de hand kan zijn. Op open bergwegen kun je vaak verrassend ver vooruitkijken, maak daar gebruik van. Anticiperen betekent minder hard remmen, minder abrupt schakelen en uiteindelijk veel vloeiender rijden. Vloeiend rijden is precies waar een oldtimer van houdt.

Vertrek met een goed voorbereide oldtimer.

Voorbereiding is 50% van het werk, een klassieke auto die in orde is en je vooraf gecontroleerd hebt, maakt de reis relaxer en aangenamer. Kijk zeker eens op onze pagina Voorbereiding Oldtimerrally en download deze checklist van onze website. Een bergreis is niet het moment om te ontdekken dat de remvloeistof al jaren niet vervangen is of dat een oude koelwaterslang eigenlijk toch aan zijn laatste seizoen bezig was.

Neem ook af en toe pauze

Na twintig opeenvolgende haarspeldbochten is niet alleen de auto aan rust toe. Bergpassen vragen veel concentratie. Rempunten inschatten, schakelen, verkeer observeren, motortemperatuur volgen en tegelijk genieten van het landschap vraagt behoorlijk wat aandacht. Stop daarom af en toe. Laat de auto even afkoelen, controleer of alles normaal ruikt en klinkt en wandel vijf minuten rond. Daarbij is er nog een bijkomend voordeel: meestal zijn precies daar de uitzichten waarvoor je naar de bergen gekomen bent.

Probeer geen moderne auto te zijn

Een klassieke auto hoeft niet met hetzelfde gemak over een Alpenpas te vliegen als een moderne Porsche, BMW of SUV. Dat is ook helemaal niet de bedoeling. Gebruik de juiste versnelling. Laat de motor werken zonder hem te forceren. Geef de remmen rust. Kijk naar de meters. Luister naar de auto en pas je tempo aan wanneer hij daar om vraagt. Een bergpas hoeft niet snel te gaan om fantastisch te zijn. Sterker nog: met een oldtimer is een wat rustiger tempo vaak precies goed. Je hoort de motor werken, voelt de auto bewegen en bent veel meer betrokken bij iedere kilometer.

Bergop draait om ritme. Bergaf draait om beheersing. Daartussen ligt het mooiste autorijden dat er bestaat.

Met Oldtimerfriends zoeken we graag die mooie bergwegen op. Ze maken ons bewust van onze auto en daardoor leren we hem ook beter kennen.